Over

Aan mij de eer dit machtig mooie initiatief te openen. Het liefst met een scherp stuk waaruit direct blijkt waarom dit blad noodzakelijk is. Vol oneliners, lekker bekkende unique selling points en uiteraard voorzien van een stukje keihard activisme. Dat kan ik je helaas niet geven. Het zou een verkeerd beeld schetsen over de oorsprong en visie ervan die veel genuanceerder liggen. Wel kan ik een poging doen te beschrijven hoe dit “kindje” op de wereld is gezet, met een flinke portie onbezonnenheid en enthousiasme is gevoed om uiteindelijk groot gebracht te worden door liefhebbende creatieven die vooral heel veel zin hadden ‘het’ eens anders te doen.

Voor haar ontstaan gaan we terug naar de zomer van 2014, in Berlijn. Het is zinderend heet, en samen met wat mede-auteurs lezen we de L’HOMO: het kleine broertje van de LINDA maar dan gemaakt over homo’s. Initiatiefnemer Linda de Mol praat hier consequent over “de homo”, als ze bijvoorbeeld bekent dat ze het liefst met “de homo” op vakantie gaat omdat “de homo” altijd mee wil shoppen en ‘niet de hele tijd over zichzelf praat’. Of als ze zich verbaast over het feit dat “de homo” altijd lekker ruikt. Ik verbaasde me daar ook een beetje over. Als ik in een dampende Occii sta te dansen of schouder-aan-schouder aan de bar van de Trut sta, zie ik – ruik ik – dat de werkelijkheid toch echt anders is. En dat geldt eigenlijk voor alle generalisaties die de L’HOMO neerzet: ze zijn catchy, lezen lekker weg, maar ze zijn niet mijn werkelijkheid.

Vanuit je luie stoel kritiek leveren op wat een ander doet is te makkelijk en dus hebben we die andere werkelijkheid zelf willen vatten. Vanaf dag één is dat het uitgangspunt geweest: we zetten iets op de wereld dat mooi is, dat om verhalen van echte mensen draait en dat zelfspot niet schuwt. De titel, hoe onuitspreekbaar ook, is een knipoog naar de L’HOMO maar de inhoud heeft zo’n eigen karakter dat verder vergelijken irrelevant maakt.

L’HBTQ Magazine poogt inclusief te zijn en wil af van geairbrushte voorschriften over hoe vrouwelijkheid en mannelijkheid eruit moeten zien. Hoewel dat voor een tijdschrift van tachtig pagina’s een nobel maar onhaalbaar doel lijkt, is een serieuze poging geen overbodige luxe als we kijken naar het huidige aanbod in tijdschriftenland waar men het liefst in hokjes denkt, eet en slaapt. De “Q” van queer is in dit geheel dan ook geen onbelangrijke. Voor mij betekent die letter het overstijgen van tegenstellingen – man vs. vrouw, homo vs. hetero, zwart vs. wit, je snapt ‘m – en het moéten kiezen voor een bepaald keurslijf. Ik vind: hokjes zijn niet OK.

Begrijp me niet verkeerd, ik claim hierbij absoluut niet een expert te zijn als het gaat om die Q. Integendeel: ik raak er vaak van in de war. Wanneer ik in jongenskleren en make-up-loos op een vrijdagmiddagborrel sta tussen rosé-nippende vrouwen met jurkjes en hakken aan, voel ik me extra queer. Maar als ik in diezelfde outfit doorfiets naar de Vrankrijk voel ik me in die omgeving juist extra aangesproken op m’n vrouwelijkheid omdat ik toevallig m’n haar los heb en, wanneer ik om me heen kijk, het lijkt alsof anderen meer ‘recht’ hebben op die identiteit. Is dit de ongrijpbaarheid van ‘queer-zijn’ in de praktijk of gewoonweg ongemakkelijkheid aan mijn kant?

Goed, we dwalen af. Het gaat hier niet om ‘recht hebben op’ of ‘het enige juiste antwoord hebben’ op die eeuwige hokjes. Waar het om gaat is dat dit blad gemaakt is door echte mensen die graag verhalen vertellen over – hoe verrassend – echte mensen. Op eigenzinnige manier hebben we proberen aan te wijzen wat anders kan. We hebben om ons heen gekeken, ons verwonderd, vraagtekens gezet en vooral een hoop lol gehad. We zijn bij elkaar gaan zitten, hebben bedacht in welke verhalen we ons zouden herkennen en hebben dat simpelweg gedaan. Vol overgave. Deze verhalen hoeven niet gefotoshopt te worden en kunnen best zonder een BN’er op de cover. Een beetje zoals in het echte leven, dat af en toe ook een beetje stinkt. Gelukkig maar.

 

Dorien Rozing

Hoofdredacteur L'HBTQ Magazine